Over de spijsvertering

Over de spijsvertering
Het menselijk lichaam zit ingenieus in elkaar en met name het hele proces van spijsvertering is fantastisch ontwikkeld. Alle systemen werken samen, zijn op elkaar afgestemd en zorgen ervoor dat je voeding tot op molecuul niveau kunt afbreken en opnemen zodat het elders in je lichaam gebruikt kan worden. Toch hebben veel mensen met darmklachten óók, of misschien wel vóóral, spijsverteringsklachten. Want hoe mooi het systeem ook in elkaar zit, door verkeerde voeding, medicijngebruik, stress of tekorten kan de spijsvertering volledig onderuit gaan. Stel je het maagdarmkanaal voor als een lange buis die van mond tot kont loopt. Als het aan het begin van de buis al niet goed gaat, heeft dat invloed op het resultaat aan het einde van de buis. Om te kunnen begrijpen wáár het precies fout gaat is het belangrijk om te begrijpen hoe de spijsvertering precies werkt.
Mond, slokdarm en maag
Het verteren van voedsel begint al in je mond, dankzij de enzymen in je speeksel. Enzymen kun je zien als een soort kleine schaartjes die heel specifiek bepaalde structuren in voeding kunnen afbreken. Goed kauwen is hierbij erg belangrijk. Via de slokdarm gaat de voedselbrij naar de maag. Maagzuur verteert eiwitten en vetten. Hiervoor is het erg belangrijk dat het maagzuur voldoende aanwezig is en dat het zuur genoeg is. Zo houdt maagzuur ook eventueel meegelifte ziekteverwekkers tegen.
Twaalfvingerige darm, alvleesklier en lever/galblaas
Via het maagportier gaat de inmiddels enigszins verteerde voedselbrij naar de twaalfvingerige darm of het duodenum. In dit stukje darm vindt al zo’n 80% van de vertering van voedingsstoffen plaats.
De alvleesklier maakt ondertussen enorme hoeveelheden spijsverteringsenzymen, aangepast op dat wat je gegeten hebt. Ook maakt de alvleesklier bicarbonaat, een stofje wat de voedselbrij minder zuur maakt. Ieder enzym heeft een eigen optimale pH (zuurgraad) om te kunnen werken. Het is dus van groot belang dat de voedselbrij steeds minder zuur gaat worden verderop in de dunne darm. De lever maakt gal. Dit wordt opgeslagen in de galblaas. Via een portier, de sfincter van Oddi, komen spijsverteringsenzymen, bicarbonaat en gal terecht bij de voedselbrij in het duodenum.
Dunne darm en dikke darm
Zo gaat de voedselbrij verder door de dunne darm, deze wordt steeds minder zuur en steeds meer verteerd. Alle belangrijke voedingsstoffen worden opgenomen door de darmwand. Uiteindelijk komt de ontlasting, want dat is wat het nu is, via de klep van Bauhin terecht in de dikke darm. Hier worden water en zouten heropgenomen. De darmbacteriën maken van de onverteerde vezels gezondheidsbevorderende stoffen en verteringsenzymen krijgen via een biochemisch proces een signaal dat hun taak erop zit. Als de ontlasting de endeldarm heeft bereikt ontstaat een signaal: aandrang. En zo verlaat dat wat over je van je maaltijd je lichaam.
Darmprobleem of verteringsprobleem?
Spijsvertering is dus een complex proces. Dit hele proces wordt aangestuurd door verschillende hormonen, neurotransmitters en de Nervus Vagus, een belangrijke grote zenuw in ons lichaam, stuurt alles aan in een rustige situatie. Als de spijsvertering niet goed verloopt blijven er teveel niet goed verteerde voedselresten over. Deze komen terecht in de dikke darm bij de darmbacteriën. Het opruimen van onverteerde (en dat is niet hetzelfde als onverteerbare) voedselresten wordt gedaan door rottingsbacteriën. Daarbij komen stoffen en gassen vrij die klachten kunnen geven.
Daarom begint ieder traject bij Darmspecialist met o.a. een uitgebreid ontlastingsonderzoek. In je ontlasting kunnen we namelijk meten of er sprake is van onverteerde resten, problemen met gal, of de alvleesklier voldoende enzymen maakt en of er rottingsbacteriën aanwezig zijn.
Zoeken op de website
Lees meer over
Plan je kennismaking
Wil je weten wat we voor je kunnen doen? Een telefonisch kennismakingsgesprek duurt 30 minuten is altijd GRATIS en geheel vrijblijvend.
